ECLI:NL:RVS:2013:BZ9024
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
De minister heeft op 11 november 2010 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en haar aanvraag voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de richtlijn 2003/86/EG inzake gezinshereniging niet van toepassing is op verblijfsvergunningen asiel, omdat deze richtlijn alleen ziet op regulier verblijf. De rechtbank heeft dit ten onrechte anders beoordeeld, waardoor de uitspraak wordt vernietigd.
De Afdeling toetst vervolgens het besluit van 11 november 2010 inhoudelijk en concludeert dat de staatssecretaris zich redelijk heeft opgesteld bij de beoordeling van de sterkste binding met Nederland en de risico's bij terugkeer naar het land van herkomst. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert.
De overige beroepsgronden zijn door de rechtbank reeds beoordeeld en in hoger beroep niet aangevoerd, zodat deze buiten beschouwing blijven. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.