ECLI:NL:RVS:2019:1182
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvolledige informatie
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door de staatssecretaris op 30 maart 2015 werd afgewezen. De daarop volgende bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leidden tot vernietiging van het besluit wegens een gebrek in de informatieverstrekking over de mogelijkheid om alsnog een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing was vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding. De Afdeling oordeelde echter dat de richtlijn wel van toepassing is, maar dat de staatssecretaris bij een onverschoonbare termijnoverschrijding niet verplicht is een inhoudelijke beoordeling te maken, mits de vreemdeling adequaat is geïnformeerd.
De staatssecretaris had echter nagelaten de vreemdeling te informeren over de mogelijkheid om alsnog een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor het besluit een gebrek vertoonde. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd wegens een gebrek in de informatieverstrekking, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.