ECLI:NL:RVS:2013:BZ9048
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijderingsbevel op grond van overtreding APV en bevoegdheid burgemeester
De burgemeester heeft aan appellant een verwijderingsbevel opgelegd op grond van artikel 2.9A van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Amsterdam 2008, omdat appellant zich op of aan de weg ophield met het aannemelijke doel om drugs te kopen of te koop aan te bieden, in strijd met artikel 2.7, tweede lid, van de APV. Appellant maakte bezwaar tegen het bevel en stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die het bevel bevestigde.
In hoger beroep betoogde appellant dat de bevoegdheid tot het opleggen van het verwijderingsbevel voortvloeit uit artikel 172a van de Gemeentewet en dat de APV-bepalingen in strijd zijn met de Opiumwet omdat zij bepalingen dupliceren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht het bevel baseerde op de krachtens artikel 149 van Pro de Gemeentewet vastgestelde verordening en niet op artikel 172a, waarbij het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel een rol spelen.
Verder werd geoordeeld dat de APV-bepalingen niet in strijd zijn met de Opiumwet omdat zij gericht zijn op het voorkomen van aantasting van de openbare orde en overlast, en geen strafwaardige betrokkenheid bij het kopen of verkopen van drugs vereisen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het verwijderingsbevel is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.