ECLI:NL:RVS:2013:BZ9745
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008 wegens schending hoorplicht
De Belastingdienst herzag het aan appellante toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 en stelde dit op nihil. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de Belastingdienst het bezwaar deels ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst appellante niet op haar bezwaar heeft gehoord, terwijl dit een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure is. De Afdeling stelt dat van het horen alleen kan worden afgezien als redelijkerwijs vaststaat dat het bezwaar niet tot een ander besluit kan leiden. Gezien de door appellante overgelegde stukken na het bezwaarschrift was dit niet het geval. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling beoordeelde inhoudelijk dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij kosten voor kinderopvang had gemaakt, zodat de Belastingdienst het voorschot op nihil mocht stellen. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand. De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover aangevallen, en het besluit van de Belastingdienst vernietigd met inachtneming van de rechtsgevolgen.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst tot herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2008 wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, met behoud van de rechtsgevolgen.