ECLI:NL:RBDHA:2014:10476
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Dworakowski-Kelders
- J.M.H. Rijken-Lie
- A. Venekamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning Kinderpardon wegens onttrekken aan toezicht en meerdere identiteiten
Eisers, bestaande uit een moeder en haar twee kinderen, vroegen een verblijfsvergunning aan onder de Kinderpardonregeling. De aanvragen werden afgewezen omdat zij zich langer dan drie maanden aaneengesloten aan het toezicht van de overheid hadden onttrokken en omdat de moeder meerdere identiteiten en nationaliteiten had opgegeven.
De rechtbank stelt vast dat de Kinderpardonregeling begunstigend beleid is waarbij de staatssecretaris een ruime discretionaire bevoegdheid heeft om te bepalen wie onder het beleid valt. Het onderscheid tussen vreemdelingen die wel en niet aan de voorwaarden voldoen is niet onrechtmatig, mede omdat de regeling uitgaat van het toezicht door specifieke instanties die belast zijn met vreemdelingentoezicht.
Eisers voerden aan dat het onttrekken aan toezicht niet actief was en dat het gedrag van de moeder niet aan de kinderen toegerekend mag worden. De rechtbank oordeelt dat het onttrekken aan toezicht ook passief kan zijn en dat de gedragingen van ouders terecht aan kinderen worden toegerekend binnen het kader van de regeling.
Daarnaast faalt het beroep op discriminatieverboden uit het IVRK en het EVRM omdat het onderscheid gebaseerd is op zakelijke en redelijke gronden. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden, zoals medische situatie van de kinderen, leidt niet tot afwijking van de regeling.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen onder de Kinderpardonregeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning onder de Kinderpardonregeling wordt ongegrond verklaard.