ECLI:NL:RVS:2013:1927
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over kinderopvangtoeslag 2009 wegens onjuiste toepassing artikel 5 Wko
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 voor appellant op nihil en vorderde het te veel betaalde terug, omdat zij aannam dat appellant geen kosten had gemaakt door een schenking van de eigen bijdrage door de gastouder.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van appellant ongegrond, met als motief dat de term 'te betalen kosten' moet worden opgevat als daadwerkelijk gedane uitgaven die het vermogen aantasten. Door de schenking zou appellant niet in zijn vermogenspositie zijn aangetast.
Appellant stelde dat hij wel degelijk de kosten had betaald aan het gastouderbureau en dat de schenking door de gastouder niet betekent dat hij geen kosten heeft gehad. De Afdeling oordeelde dat artikel 5 Wko Pro niet in de weg staat aan een schenking, maar dat de wetgever heeft beoogd dat de kosten daadwerkelijk door de ouder moeten zijn gedragen om aanspraak op toeslag te maken.
Uit bankafschriften bleek dat appellant alle kosten had voldaan, waardoor de Belastingdienst ten onrechte artikel 5 Wko Pro aan het besluit ten grondslag had gelegd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de Belastingdienst, en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst om het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 op nihil te stellen wordt vernietigd en de Belastingdienst dient een nieuw besluit te nemen.