ECLI:NL:RVS:2014:1063
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na Dublinverordening
Bij besluiten van 14 januari 2013 wees de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van vreemdeling 1 gegrond en vernietigde het besluit, terwijl het beroep van vreemdeling 2 ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris wees op 20 augustus 2013 opnieuw de aanvraag van vreemdeling 1 af.
Vreemdeling 1 voerde aan dat Nederland verantwoordelijk was voor de behandeling van haar asielaanvraag, omdat zij voorafgaand aan de aanvraag buiten het grondgebied van de lidstaten verbleef. Zweden bevestigde echter haar verantwoordelijkheid na beoordeling van de overgelegde documenten. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht is te verifiëren of Zweden zich terecht verantwoordelijk acht, en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot een ander oordeel leidden.
De overige beroepsgronden van vreemdeling 1 werden niet behandeld omdat hierover reeds door de rechtbank was beslist en dit oordeel niet was vernietigd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep tegen het besluit van 20 augustus 2013 af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 20 augustus 2013 wordt afgewezen.