ECLI:NL:RVS:2014:1092
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugkeerbesluit
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af en legde haar een terugkeerbesluit op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het besluit van 22 januari 2013 van gelijke strekking was als eerdere afwijzingen en dat zonder nieuwe feiten of veranderde omstandigheden geen hernieuwde toetsing mogelijk is. De door de vreemdeling overgelegde getuigenverklaringen en documenten werden niet als nieuwe feiten erkend omdat ze onvoldoende objectief bewijs bevatten en niet aantonen dat de vreemdeling daadwerkelijk in Mogadishu verbleef.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling zich aan het toezicht kan onttrekken omdat zij eerdere vertrektermijnen niet heeft nageleefd en meerdere asielaanvragen had ingediend. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard.