ECLI:NL:RVS:2014:12
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden met hond na bijtincident
Op 24 augustus 2011 trok de korpschef de toestemming in die aan P.v.K. Security DOGS was verleend om appellant beveiligingswerkzaamheden met een surveillancehond te laten verrichten. Dit volgde op een incident op 16 juli 2011, waarbij de surveillancehond van appellant een verbalisant in haar hand beet, wat letsel veroorzaakte.
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar dit werd door de korpschef en vervolgens door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de intrekking onzorgvuldig was, dat de feiten te eng waren geïnterpreteerd, en dat er sprake was van belangenverstrengeling. Ook stelde hij dat de wet geen onderscheid maakt tussen beveiligingswerkzaamheden met of zonder hond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de intrekking een bestuurlijke maatregel is gericht op het beschermen van de goede naam en veiligheid binnen de beveiligingsbranche, waarbij hogere eisen aan betrouwbaarheid worden gesteld. De intrekking was gerechtvaardigd omdat appellant zijn hond niet onder controle had. De bezwaren tegen de bewijsvoering en de vermeende belangenverstrengeling faalden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden met een hond na het bijtincident.