Uitspraak
200305092/1), mogen aan medewerkers in de beveiligingsbranche hogere eisen worden gesteld dan aan die in andere branches. Dit betekent dat de korpschef mag eisen dat de betrouwbaarheid en integriteit van beveiligingsmedewerkers boven iedere twijfel verheven is. De rechtbank heeft dan ook met juistheid overwogen dat de korpschef zich, lettend op het tegen [appellant] opgemaakte proces-verbaal ter zake van mishandeling van zijn echtgenote en het feit dat ten tijde van het besluit van 12 februari 2008 tegen hem een verdenking bestond, op het standpunt heeft mogen stellen dat de betrouwbaarheid van [appellant] niet boven elke twijfel is verheven. Dat de desbetreffende feiten zich in de privésfeer hebben voorgedaan en [appellant], zoals hij stelt, inmiddels is gescheiden, maakt dit niet anders. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het functioneren in de privésfeer voor de korpschef een indicatie mocht zijn voor het algehele functioneren. [appellant] heeft er met de mishandeling blijk van gegeven dat hij onder omstandigheden rechtsregels naast zich neerlegt, waarvan de overtreding een ernstige aantasting van de rechtsorde oplevert.
200707172/1), met juistheid overwogen dat de toepassing van voormelde paragraaf er ingevolge artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr niet toe mag leiden dat iemand die niet aan de eisen van betrouwbaarheid voldoet, toch te werk gesteld mag worden. Dit brengt mee dat deze niet mag worden toegepast, als betrokkene in verband met bepaalde feiten niet voldoende betrouwbaar is, als bedoeld in paragraaf 2.1, aanhef en onder c, van de Circulaire. Nu de weigering in dit geval op zulke feiten gebaseerd is, heeft de rechtbank terecht voor de korpschef geen ruimte aanwezig geacht voor toepassing van de door [appellant] bedoelde passage.