ECLI:NL:RVS:2014:1233
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod burgemeester Heerlen wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Heerlen legde op 5 december 2012 een huisverbod op aan appellante vanwege een incident waarbij zij haar echtgenoot zou hebben bedreigd met een mes. Dit huisverbod werd op 14 december 2012 verlengd. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen het huisverbod ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat slechts mag worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid. De burgemeester baseerde het huisverbod voornamelijk op de verklaring van de echtgenoot dat appellante met een mes had gedreigd, terwijl appellante dit ontkende en stelde dat zij zich met een lepel had verdedigd. De Raad oordeelde dat de burgemeester onvoldoende objectieve aanwijzingen had om het huisverbod te rechtvaardigen en dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd.
Verder concludeerde de Raad dat de overige feiten, zoals sms-berichten en het gooien van kleding, onvoldoende waren om het huisverbod te handhaven. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het huisverbod opgeheven. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens aantasting van de eer en goede naam werd afgewezen, aangezien de vernietiging van het huisverbod reeds tegemoet kwam aan deze belangen.
Ten slotte werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.