ECLI:NL:RVS:2013:789
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod burgemeester Zwolle wegens onvoldoende onderbouwing ernstig en onmiddellijk gevaar
De burgemeester van Zwolle legde op 29 november 2011 een huisverbod op aan appellant, waarbij hij de woning moest verlaten en niet mocht betreden tot 9 december 2011. Dit huisverbod was gebaseerd op een Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) en meldingen van geestelijke mishandeling door appellant jegens belanghebbende.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het huisverbod een ingrijpend instrument is dat alleen kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen. Uit het dossier bleek dat het huisverbod uitsluitend was gebaseerd op de verklaringen van belanghebbende, zonder nader onderzoek door de burgemeester naar de juistheid daarvan.
De Afdeling stelde vast dat de burgemeester onvoldoende onderzoek had gedaan naar de meldingen bij politie en andere instanties en dat er geen onafhankelijke gegevens waren die het ernstig vermoeden van gevaar ondersteunden. Hierdoor was het huisverbod niet zorgvuldig onderbouwd en werd het besluit vernietigd.
Appellant verzocht tevens om vergoeding van kosten voor verblijf in een hotel en immateriële schade. De Afdeling kende een vergoeding van € 778,50 toe voor de verblijfskosten, maar wees de immateriële schadevergoeding af omdat de vernietiging van het huisverbod al tegemoet kwam aan de aantasting van appellant's eer en goede naam.
Tot slot werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het huisverbod van de burgemeester wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van ernstig en onmiddellijk gevaar en appellant ontvangt een schadevergoeding van €778,50.