ECLI:NL:RVS:2014:126
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 14 maart 2012 een aanvraag van de vreemdeling om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 5 oktober 2012 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 maart 2013 het bezwaar gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister, inmiddels staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het bezwaarbesluit van 5 oktober 2012 een besluit van gelijke strekking is als het eerdere, onherroepelijke besluit van 18 oktober 2010. Volgens vaste jurisprudentie kan tegen een dergelijk besluit slechts worden opgekomen indien sprake is van nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 16 juli 2012 een relevante wetswijziging inhield. Verder waren er geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd. Daarom was toetsing van het bezwaarbesluit niet mogelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het bezwaarbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.