ECLI:NL:RVS:2014:472
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat geen nieuwe feiten of rechtwijziging voor toetsing mvv-besluit aanwezig zijn
De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 5 december 2012 aanvragen van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 19 maart 2013 ongegrond werd verklaard. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen na DNA-onderzoek.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het bezwaarbesluit van 19 maart 2013 een besluit van gelijke strekking is als het eerdere bezwaarbesluit van 24 maart 2011. Volgens vaste jurisprudentie kan de bestuursrechter een dergelijk besluit alleen toetsen indien er nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante rechtwijzigingen zijn.
De Afdeling oordeelde dat geen nieuwe feiten of relevante wijzigingen van het recht waren aangevoerd. Beleidswijzigingen na het bezwaarbesluit konden niet worden betrokken bij de beoordeling. Daarom was toetsing van het besluit niet mogelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de minister gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.