ECLI:NL:RVS:2014:1394
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en uitzetting binnen redelijke termijn naar Algerije
Bij besluit van 10 februari 2014 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep gegrond is omdat de rechtbank ten onrechte aannam dat het zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn ontbreekt. De situatie in deze zaak wijkt af van eerdere jurisprudentie waarop de rechtbank zich baseerde.
De vreemdeling heeft onvoldoende medewerking verleend aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting en heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die dit rechtvaardigen. Ook is vastgesteld dat er een risico bestaat dat de vreemdeling zich aan toezicht onttrekt.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.