ECLI:NL:RVS:2014:1583
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens niet-tijdige verwijdering chalet
Het college van burgemeester en wethouders van Koggenland legde op 15 oktober 2012 een last onder dwangsom op aan appellanten om binnen vier weken een chalet van hun perceel te verwijderen. Bij besluit van 5 februari 2013 besloot het college over te gaan tot invordering van de verbeurde dwangsommen van € 5.000,00. Appellanten maakten bezwaar, maar de voorzieningenrechter verklaarde het beroep van een van hen niet-ontvankelijk en het beroep van de ander ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat het chalet was gedemonteerd en niet meer als bouwwerk werd gebruikt, zodat geen dwangsommen waren verbeurd. De Afdeling oordeelde echter dat het chalet niet tijdig in zijn geheel van het perceel was verwijderd en dat de last daarop zag. Ook het bezwaar dat één appellant geen overtreder zou zijn, werd verworpen omdat dit in het kader van de invordering niet meer aan de orde kon komen.
Verder stelde appellant dat het college had moeten afzien van invordering vanwege bijzondere omstandigheden en toezeggingen van wethouders. De Afdeling wees dit af en benadrukte dat aan het belang van invordering zwaarwegend gewicht toekomt en dat slechts in bijzondere omstandigheden van invordering kan worden afgezien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen bevestigd.