ECLI:NL:RVS:2014:1959
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onredelijke beoordeling geloofwaardigheid bekering christendom bij asielaanvraag
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel af en legde inreisverboden op. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat de voorzieningenrechter ten onrechte zijn eigen oordeel over de geloofwaardigheid van de bekering van de vreemdelingen had gesteld in plaats van terughoudend te toetsen of de staatssecretaris zich in redelijkheid op zijn standpunt kon baseren. De Raad bevestigde dat de beoordeling van geloofwaardigheid primair aan de staatssecretaris toekomt en dat toetsing door de rechter beperkt moet zijn.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris terecht aan de bekering twijfelde vanwege onvoldoende inhoudelijke kennis en beantwoording van vragen door de vreemdelingen. Ook was er geen bewijs dat zij bij terugkeer een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro. De Raad vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.