ECLI:NL:RVS:2014:1963
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet wordt tegengehouden wegens medische situatie
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit tot afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vernietigde. De vreemdeling had aangevoerd dat zijn verslechterde psychische gezondheid, waaronder een posttraumatische stressstoornis en een suïcidepoging, een uitzetting in strijd met artikel 3 EVRM Pro zou maken.
De Raad van State overweegt dat hernieuwde toetsing van het besluit alleen mogelijk is bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De medische verklaringen en het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) tonen niet aan dat de vreemdeling lijdt aan een ernstige ziekte die een direct levensbedreigend stadium heeft bereikt. Speculaties over toekomstige verslechteringen zijn niet relevant voor de toetsing.
Verder is geoordeeld dat het BMA-advies en de daarop gebaseerde besluitvorming zorgvuldig en deugdelijk zijn, ook met betrekking tot de beoordeling van mantelzorg. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.