ECLI:NL:RVS:2014:2
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Arbobesluit na arbeidsongeval met zaagmachine
Bij besluit van 22 september 2010 legde de minister een bestuurlijke boete van €8.100,- op aan appellant wegens overtreding van artikel 7.7, eerste lid, van het Arbobesluit, na een arbeidsongeval waarbij een medewerker zijn vinger verwondde aan een zaagmachine waarvan de beschermkap en het spouwmes waren verwijderd.
Appellant voerde aan dat de machine gekeurd was, instructies waren gegeven en dat de beschermkap aanwezig maar verwijderd was door de medewerker zelf. De rechtbank oordeelde dat de overtreding vaststond omdat de werkgever gehouden is tot naleving van de voorschriften, ongeacht wie de beschermingsmiddelen verwijderde.
Verder stelde appellant dat de risico's voldoende waren geïnventariseerd en maatregelen waren getroffen, maar de rechtbank concludeerde dat de specifieke werkzaamheden met de zaagmachine niet waren geïnventariseerd, waardoor matiging van de boete niet terecht was.
Appellant voerde ook aan dat de boete onevenredig was, gelet op de financiële situatie en de aard van het letsel, en dat het letsel mogelijk niet door het ongeval was veroorzaakt. De Raad van State oordeelde dat de beleidsregels niet onredelijk zijn, dat appellant onvoldoende feiten aannemelijk maakte voor onevenredigheid, en dat het letsel als blijvend moet worden beschouwd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €8.100,- bevestigd.