ECLI:NL:RVS:2020:2630
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens arbeidsongeval met licht blijvend letsel aan inpakmachine
Op 2 oktober 2015 heeft een arbeidsongeval plaatsgevonden in een fabriek waar werknemers hondensnacks verpakken met inpakmachines. Een werkneemster liep letsel op aan haar linkerhand doordat zij in het snijgedeelte van een inpakmachine terechtkwam terwijl een afschermkap openstond.
De staatssecretaris legde aan de werkgever een boete van € 21.600 op wegens het niet adequaat beveiligen van de machine en een boete van € 2.700 wegens het niet onverwijld melden van het ongeval. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze boetes ongegrond, maar de werkgever ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het arbeidsongeval inderdaad heeft plaatsgevonden zoals de werkneemster verklaarde en dat de bewegende delen van de machine bereikbaar waren door een open afschermkap. De Raad bevestigde dat er sprake was van blijvend letsel, maar mat de boete wegens het letsel met 50% vanwege de beperkte ernst en het snel hervatten van werkzaamheden.
De boete voor het niet melden van het ongeval bleef ongewijzigd. De totale boete werd vastgesteld op € 13.500. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de werkgever.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van het Arbobesluit wordt verminderd van € 21.600 naar € 10.800 en de totale boete vastgesteld op € 13.500.