ECLI:NL:RVS:2014:2031
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel voor vreemdeling en kind
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 mei 2013 de aanvraag van een vreemdeling en haar minderjarig kind om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het besluit van 29 mei 2013 voor de vreemdeling zelf gelijk van strekking was aan een eerder besluit uit 2002, waardoor toetsing door de bestuursrechter slechts mogelijk is bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat de geboorte van haar kind en de vrees voor besnijdenis een nieuw feit vormden, zodat het beroep voor haar niet ontvankelijk was. Voor het kind gold dit beoordelingskader niet, zodat het besluit voor het kind wel getoetst kon worden.
De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling haar herkomst uit Zuid-Somalië niet geloofwaardig had gemaakt, onderbouwd met een taalanalyse die aangaf dat haar dialect niet overeenkwam met Zuid-Somalië. De rechtbank had dit onvoldoende gemotiveerd volgens de Afdeling. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het besluit van de staatssecretaris standhield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling en haar kind tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.