ECLI:NL:RVS:2014:2194
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens motorcross in strijd met bestemmingsplan
Het college heeft appellant een last onder dwangsom opgelegd om motorcross op zijn perceel te staken omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit en de invordering van dwangsommen, maar zowel de rechtbank als de Raad van State verklaarden deze beroepen ongegrond.
De Raad van State overwoog dat belanghebbenden die hinder ondervinden van de motorcross terecht als partij zijn toegelaten. Het college was bevoegd tot handhaving omdat het gebruik van het perceel niet overeenkomt met de bestemming. Appellant kon de overtreding stoppen door de toegang te ontzeggen.
Verder faalden de bezwaren van appellant dat het college onzorgvuldig had gehandeld, het vertrouwensbeginsel was geschonden, en dat er sprake was van een te korte begunstigingstermijn. Ook het beroep tegen de invorderingsbeschikkingen werd ongegrond verklaard omdat de overtredingen waren vastgesteld door bevoegde toezichthouders en politie.
De Raad van State bevestigde daarmee het eerdere vonnis van de rechtbank en wees alle bezwaren van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom en verklaart het beroep tegen de invorderingsbeschikkingen ongegrond.