ECLI:NL:RVS:2021:2624
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek tegen gebruik gronden als waterberging
Appellant exploiteert een landbouwbedrijf op gronden met de bestemming 'Agrarisch - 1' en verzocht het college handhavend op te treden tegen het waterschap wegens het gebruik van deze gronden als waterberging.
Het college wees het verzoek af, waarna zowel het bezwaar als het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het waterschap niet in strijd met het bestemmingsplan handelt omdat het gebruik als waterberging niet is beoogd en het perceel slechts incidenteel overstroomt door natuurlijke omstandigheden. Het waterschap mocht als partij deelnemen aan de procedure. Tevens werd geoordeeld dat er geen inbreuk is op het eigendomsrecht van appellant en dat de redelijke termijn niet is overschreden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.