ECLI:NL:RVS:2014:2401
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan
De erven van een overleden eigenaar hebben een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade wegens het vervallen van een bouwmogelijkheid onder een nieuw bestemmingsplan. Het college wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat de schade voortvloeit uit een bestemmingsplanwijziging die voorzienbaar was vanaf het moment dat het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan ter inzage lag. De erven hadden geen concrete pogingen ondernomen om de bouwmogelijkheid te benutten en konden daarom het risico van de wijziging niet afwentelen. Ook de gevorderde leeftijd van de overledene doet hieraan niet af.
Verder oordeelt de Raad dat het college niet verplicht was de omvang van de schade te taxeren, omdat de schade voor rekening van de erven komt. Het beroep op artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM faalt eveneens, omdat het bestemmingsplan geen onrechtmatige ontneming van eigendom inhoudt. Ten slotte leidt een mogelijke onregelmatigheid bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet tot onrechtmatigheid van het besluit op de aanvraag.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.