ECLI:NL:RVS:2014:250
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek tot uitstel van uitzetting wegens medische behandeling
De vreemdeling verzocht om uitstel van uitzetting op grond van medische redenen, waarbij de minister dit verzoek afwees. De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) over de effectiviteit van de medische behandeling in het land van herkomst, Armenië. De vreemdeling stelde dat de behandeling in Armenië niet effectief kon zijn vanwege de onveilige behandelomgeving, terwijl het BMA dit niet kon objectiveren en concludeerde dat de behandeling in Armenië beschikbaar en adequaat is.
De Afdeling oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk is opgesteld en dat de staatssecretaris zich op dit advies mocht baseren. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot uitstel van uitzetting wordt bevestigd.