ECLI:NL:RVS:2014:2822
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuwe feiten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. De bekering tot het christendom, aangevoerd als nieuw motief, had zij reeds voor het eerdere besluit kunnen en moeten melden.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling, met inachtneming van relevante jurisprudentie, waaronder het arrest Bahaddar tegen Nederland van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.