ECLI:NL:RVS:2014:2874
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
Bij besluiten van 14 maart 2012 heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel de aanvragen van drie vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdelingen voerden aan dat zij nieuw gebleken feiten hadden aangevoerd, namelijk dat twee van hen zich hadden bekeerd tot het christendom, wat zij onderbouwden met originele doopaktes. De rechtbank had echter geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en dat toetsing van het besluit niet aan de orde was.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. De originele doopaktes, gedateerd na de eerdere uitspraak, vormen wel degelijk nieuwe feiten die een hernieuwde toetsing van de besluiten rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
De Raad van State stelde tevens de proceskosten in hoger beroep vast op €487 en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.