ECLI:NL:RVS:2021:2899
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schorsing en intrekking aanwijzing Stint als bijzondere bromfiets
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2018 het aanwijzingsbesluit van 2011 voor de Stint als bijzondere bromfiets geschorst en in 2019 ingetrokken na een ernstig ongeval en technisch onderzoek dat veiligheidsrisico's aan het licht bracht. De rechtbank Noord-Nederland oordeelde deels in het voordeel van eisers, onder meer dat ook Stints met een 1200 watt elektromotor onder het aanwijzingsbesluit vielen en dat de minister onvoldoende compensatie had voorzien.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze oordelen en stelt dat alleen het type Stint met een 800 watt elektromotor en een maximumsnelheid van 15 km/uur onder het aanwijzingsbesluit valt. De Stints met 1200 watt motor en cargo Stints vielen niet onder het besluit en de minister mocht deze gebruikers niet als belanghebbenden beschouwen. De minister had wel bevoegdheid het aanwijzingsbesluit te schorsen en in te trekken voor het 800 watt type.
De Afdeling oordeelt dat de minister onzorgvuldig was door geen compensatie te voorzien voor de schade van gebruikers en fabrikant van het 800 watt type, omdat het aanwijzingsbesluit onrechtmatig was genomen. Zij bevestigt dat de minister opnieuw moet beslissen over compensatie en roept op tot een integrale regeling om verdere procedures te voorkomen.
De uitspraak benadrukt het belang van nauwkeurige typeaanduiding bij aanwijzingsbesluiten, de vergewisplicht van bestuursorganen bij besluitvorming en de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging inclusief compensatie bij intrekking van besluiten die onrechtmatig zijn genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, delen van de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en de minister moet opnieuw beslissen over compensatie bij intrekking van het aanwijzingsbesluit.