ECLI:NL:RVS:2014:307
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplan Uitbreiding Goudswaard en exploitatieplan
De raad van de gemeente Korendijk stelde op 29 januari 2013 het bestemmingsplan "Uitbreiding Goudswaard" vast, met onder meer de bouw van 46 woningen, een wijzigingsbevoegdheid voor een multifunctionele accommodatie (MFA) en ontsluitingswegen. Tevens besloot de raad geen exploitatieplan vast te stellen. Diverse bewoners uit Goudswaard, appellanten, stelden beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de ontvankelijkheid van de beroepen en oordeelde dat het beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk was voor het plandeel "Groen" en het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan. Het beroep van appellant sub 2 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang. Het beroep van appellant sub 3 was niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan. Voor zover ontvankelijk werden de beroepen ongegrond verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen en dat het plan niet in strijd is met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. De fasering en stedenbouwkundige indeling behoeven geen opname in het plan zelf. De regionale behoefte aan woningbouw was voldoende onderbouwd aan de hand van diverse onderzoeken en regionale visies. De wijzigingsbevoegdheid voor de MFA was voldoende objectief begrensd en voorziet in een redelijke regionale behoefte. Geluidhinder en woon- en leefklimaat werden niet onaanvaardbaar aangetast. Het besluit om geen exploitatieplan vast te stellen was gegrond omdat de kosten anderszins verzekerd waren en appellanten geen belanghebbenden waren bij dat besluit. De schending van de verplichting om de toepasselijkheid van de Crisis- en herstelwet te vermelden werd gepasseerd omdat geen benadeling aannemelijk was.
De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan en het besluit geen exploitatieplan vast te stellen rechtmatig zijn en wees de beroepen af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Beroepen tegen het bestemmingsplan en het besluit geen exploitatieplan vast te stellen worden deels niet-ontvankelijk verklaard en voor zover ontvankelijk ongegrond.