ECLI:NL:RVS:2014:3564
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 aan wederpartij herzien en verminderd, waarbij zij stelde dat niet was aangetoond dat de kosten volledig waren voldaan. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank Rotterdam het bezwaar gegrond verklaarde en de Belastingdienst opdroeg opnieuw te beslissen met inachtneming van haar uitspraak.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat het voorschot over januari tot en met augustus 2009 nihil mocht blijven indien niet volledig was aangetoond dat de kosten waren betaald, en dat zij niet verplicht was het voorschot gedeeltelijk toe te kennen bij gedeeltelijke betaling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat de kinderopvangtoeslag gebaseerd moet zijn op een schriftelijke overeenkomst en dat het aan wederpartij is om volledige betaling aan te tonen.
De overgelegde bankafschriften waren onvoldoende bewijs vanwege onleesbare data en slechte kwaliteit, waardoor niet kon worden vastgesteld of de betalingen in 2009 waren gedaan. Daarom mocht de Belastingdienst het voorschot over de eerste acht maanden van 2009 op nihil stellen. Het beroep tegen het besluit van 16 april 2014 werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 april 2014 wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van volledige betaling van kinderopvangkosten.