ECLI:NL:RVS:2014:3699
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting arbeidsmarktaantekening
De minister legde op 4 oktober 2012 een boete van €8.000,- op aan [appellante] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete werd gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank ongegrond verklaard in beroep. [Appellante] stelde in hoger beroep dat de boete disproportioneel en ongerechtvaardigd was, omdat de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument van de vreemdeling onduidelijk was, waardoor zij in de veronderstelling verkeerde dat geen tewerkstellingsvergunning nodig was.
De Raad van State overwoog dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft, waarbij rekening moet worden gehouden met de mate van verwijtbaarheid en ernst van de overtreding. De minister hoeft niet te matigen als de overtreding binnen twaalf maanden na afgifte van het verblijfsdocument plaatsvond en de werkgever de arbeidsmarktaantekening niet heeft gelezen. Dit was het geval bij [appellante]. Ook andere omstandigheden zoals geen financieel voordeel of recidive leidden niet tot matiging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2014 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000,- wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.