ECLI:NL:RBNHO:2014:11002
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling evenredige boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eisers tegen een boete van €9.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete was door verweerder gematigd van €12.000 naar €9.000, maar eisers stelden dat de verhoging van het boetenormbedrag in de Beleidsregels 2013 niet zonder meer redelijk was en dat verdere matiging op zijn plaats was.
De rechtbank oordeelde dat de minister bij het opleggen van boetes rekening moet houden met de ernst van de overtreding en omstandigheden, maar dat de verhoging van het boetenormbedrag met circa 50% niet automatisch redelijk is. De rechtbank sloot aan bij de Beleidsregels 2012 en stelde de boete vast op €6.000. Eisers hadden betoogd dat geen terugkeerprocedures waren uitgevoerd en dat zij niet op de hoogte waren van de arbeid van vreemdeling II, maar dit leidde niet tot matiging.
De rechtbank wees ook af dat de korte duur van de arbeid of financiële omstandigheden aanleiding gaven tot verdere matiging. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de boete betrof, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De boete voor overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd van €9.000 naar €6.000.