Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2015 in de zaak tussen
Chinees Restaurant “[eiseres]”te [plaats], eiseres
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, exploitant van een Chinees restaurant, kreeg een boete van €36.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat drie vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtten. De rechtbank onderzocht de bewijsvoering en stelde vast dat voor vreemdeling 1 onvoldoende bewijs was dat hij arbeid verrichtte zonder vergunning, waardoor de boete voor deze persoon onterecht was opgelegd.
Voor vreemdelingen 2 en 3 was voldoende bewijs aanwezig dat zij werkzaamheden verrichtten, namelijk het spoelen en snijden van kipfilets, zonder vergunning. De rechtbank verwierp het beroep op onrechtmatige bewijsverkrijging en oordeelde dat de boete passend was, mede gelet op de beleidsregels en het aangescherpte sanctiebeleid voor bedrijfsmatige werkgevers.
Verder werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn verworpen, omdat de procedure binnen twee jaar werd afgerond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de boete voor vreemdeling 1 betrof, herroept het primaire besluit en stelt het boetebedrag vast op €24.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Boete van €36.000 verminderd tot €24.000 wegens onvoldoende bewijs voor één vreemdeling, overige boete gehandhaafd.