ECLI:NL:RVS:2014:4066
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter en ongegrondverklaring beroep asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 13 januari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden aangenomen ten opzichte van Malta, mede gelet op het rapport van Pro Asyl. Verder werd vastgesteld dat de juiste verordening voor de beoordeling van de asielaanvraag de Dublinverordening III is, aangezien de aanvraag op 7 januari 2014 werd ingediend.
De vreemdeling stelde dat hij na overdracht aan Malta zou worden gedetineerd onder slechte omstandigheden en geen medische zorg zou krijgen, maar de staatssecretaris stelde dat deze risico's niet aannemelijk waren. De Afdeling concludeerde dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die rechtvaardigden dat Nederland de asielaanvraag aan zich zou trekken. Het beroep van de vreemdeling werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.