ECLI:NL:RVS:2014:928
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Malta voor asielaanvraag en toetsing interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdeling diende op 17 januari 2013 een asielaanvraag in Nederland in, waarbij Malta op grond van de Dublinverordening als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarna de voorzieningenrechter dit besluit vernietigde vanwege een ondeugdelijke motivering over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat Malta geen opvang zou bieden aan Dublinclaimanten, en dat uit rapporten niet blijkt dat de vreemdeling in Malta geen rechtsmiddelen heeft tegen een gebrek aan opvang. De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter inderdaad onterecht had geoordeeld en vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De Afdeling toetste vervolgens het besluit van de staatssecretaris inhoudelijk en concludeerde dat er geen sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro door de overdracht aan Malta. De rapporten en jurisprudentie bieden geen aanleiding om aan te nemen dat de vreemdeling in Malta zal worden gedetineerd of onder slechte omstandigheden zal verblijven.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.