ECLI:NL:RVS:2014:4101
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, legde een vertrektermijn op en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van bijzondere feiten en omstandigheden zoals bedoeld in het arrest Bahaddar, omdat de authenticiteit van de door de vreemdeling overgelegde documenten niet was vastgesteld. De documenten, afkomstig van advocatenkantoren en overheidsinstanties, waren inhoudelijk weliswaar consistent, maar de authenticiteit ervan kon niet worden bewezen.
De Afdeling stelde vast dat het besluit van 14 september 2013 van gelijke strekking was als eerdere afwijzingen en dat er geen nieuwe feiten of relevante wetswijzigingen waren aangevoerd die een hernieuwde toetsing rechtvaardigden. Ook was er voldoende grond om aan te nemen dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken, waardoor het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod gerechtvaardigd waren.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.