ECLI:NL:RVS:2014:730
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning bedrijfsloods na langdurige stilstand bouwwerkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders heeft in 2009 de bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfsloods ingetrokken vanwege langdurige stilstand van de bouwwerkzaamheden sinds 2005. Appellant voerde aan dat het college onterecht de vergunning introk en dat gewijzigde planologische inzichten en medische klachten hem verhinderden de bouw te voltooien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk, maar de Raad van State oordeelde dat appellant wel procesbelang had omdat het college de vaststellingsovereenkomst eenzijdig had opgezegd. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en behandelde het beroep inhoudelijk.
De Raad van State stelde vast dat sinds 2005 geen bouwwerkzaamheden meer waren verricht en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij binnen korte termijn alsnog gebruik zou maken van de vergunning. Het college was bevoegd de vergunning in te trekken op grond van de bouwverordening en de Woningwet. Hoewel gewijzigde planologische inzichten geen zelfstandige grond vormden, konden deze wel meewegen.
Het beroep tegen het besluit van 1 juni 2010 werd ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht werd aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.