ECLI:NL:RVS:2014:465
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid verzoek om documenten in boetebeschikkingsprocedure
Appellant verzocht op 23 augustus 2012 om documenten in het kader van een opgelegde boetebeschikking wegens een verkeersovertreding. De minister wees het verzoek toe voor documenten in bezit van het Openbaar Ministerie en zond het verzoek door voor documenten die niet bij het CVOM berusten. Vervolgens verklaarde de minister het bezwaar tegen dit besluit ongegrond en de rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij niet benadeeld was door het achterwege laten van een hoorzitting en dat het CVOM niet over de gevraagde documenten zou beschikken. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog echter dat het verzoek niet op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was gedaan, maar in het kader van de procedure tegen de boetebeschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Daarom had de minister het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van inhoudelijk behandelen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van de minister vernietigd.