ECLI:NL:RVS:2014:4704
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale omzetting woonruimte in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 17 juli 2013 een bestuurlijke boete van €7.500,- op aan appellant wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze boete, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bewijs, bestaande uit inspectierapporten en verklaringen van medebewoners, onvoldoende en onjuist was onderbouwd, en dat de boete onevenredig was gezien zijn persoonlijke omstandigheden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rapporten rechtsgeldig waren opgemaakt en dat het college terecht aannam dat appellant geen vergunning had en dat er geen sprake was van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden.
Verder werd geoordeeld dat de boete in overeenstemming is met de Huisvestingsverordening en dat geen bijzondere omstandigheden waren die matiging van de boete rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €7.500,- wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte.