ECLI:NL:RVS:2014:622
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.W.L. Loeb
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over boete huisvestingsvergunning Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde een boete van €4.000 op aan [wederpartij] wegens het in gebruik geven van woonruimte aan een persoon zonder huisvestingsvergunning. De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €2.000 en verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van [wederpartij] niet-ontvankelijk was vanwege het niet tijdig instellen van het beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college gegrond. De boete werd gehandhaafd op het oorspronkelijke bedrag van €4.000, conform de Huisvestingsverordening Rotterdam.
De Raad benadrukte dat de boetebedragen wettelijk zijn vastgesteld en in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel. De door [wederpartij] aangevoerde omstandigheden, waaronder het ontbreken van bewust financieel gewin en het snel aanvragen van een vergunning na constatering, waren onvoldoende om matiging van de boete te rechtvaardigen. De uitspraak bevestigt het belang van naleving van de Huisvestingswet en de lokale verordening in aangewezen gebieden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de boete van €4.000 opgelegd aan [wederpartij].