ECLI:NL:RVS:2014:4783
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit gemeente over onjuistheid registratie vaderschap wegens bigamie
Appellant verzocht om registratie van een persoon als zijn zoon op basis van een buitenlandse geboorteakte waarin hij als vader wordt vermeld. Het college plaatste een aantekening van onjuistheid bij deze registratie omdat appellant een eerder huwelijk niet had ontbonden, waardoor het tweede huwelijk bigamie betreft en niet wordt erkend in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onthouden van erkenning van het bigame huwelijk gerechtvaardigd is vanwege de Nederlandse openbare orde en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin het belang van het voorkomen van erkenning van bigamie wordt benadrukt, zeker wanneer de Nederlandse rechtsorde betrokken is.
Appellant voerde aan dat de beperking van zijn recht op familieleven niet proportioneel is en dat er sprake is van discriminatie op grond van artikel 14 EVRM Pro. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank wel degelijk de proportionaliteit heeft beoordeeld en dat het onderscheid tussen kinderen uit monogame en polygaam gesloten huwelijken objectief en gerechtvaardigd is.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, met als gevolg dat de aantekening van onjuistheid bij de registratie blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit om de aantekening van onjuistheid bij de registratie van appellant als vader te handhaven wegens bigamie en acht de beperking proportioneel.