ECLI:NL:RVS:2014:667
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste motivering en vernietiging uitspraak inzake verblijfsvergunning HIV-patiënt
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat het uitvoeren van resistentietesten een wezenlijk onderdeel is van de medische behandeling van HIV-patiënten zonder voldoende rekening te houden met het standpunt van het Bureau Medische Advisering (BMA) dat deze testen niet in alle fasen noodzakelijk zijn. Tevens was de rechtbank onjuist in haar oordeel dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de periode van twee weken na terugkeer uit Nigeria relevant was.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het feit dat het BMA per zaak beoordeelt of schriftelijke of fysieke overdracht van medische gegevens noodzakelijk is. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.