ECLI:NL:RVS:2014:812
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- E. Helder
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor dakopbouw ondanks bezwaar en bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende op 30 mei 2011 een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van twee woningen. Na bezwaar en herroeping volgde een nieuw besluit op 21 september 2012, waarbij de vergunning alsnog werd verleend in afwijking van het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
Appellant stelde dat het tweede besluit buiten de bindende hersteltermijn was genomen en dat het college niet bevoegd was om op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) af te wijken van het bestemmingsplan. Tevens werd aangevoerd dat de kapconstructie stedenbouwkundig onaanvaardbaar was en dat de belangen van appellant onevenredig werden geschaad door verminderde zonlichttoetreding en privacyverlies. Ook werd een privaatrechtelijke belemmering op grond van artikel 5:37 BW Pro aangevoerd.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het besluit van 21 september 2012 in haar beoordeling betrok, ondanks overschrijding van de hersteltermijn. Het college was bevoegd om de vergunning te verlenen op grond van artikel 2.12 Wabo in verbinding met artikel 4 van Pro bijlage II bij het Bor. De kapconstructie kwalificeert als een dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding. De belangenafweging door het college was redelijk, waarbij de invloed op zonlicht en privacy niet zodanig was dat appellant onevenredig werd geschaad. Er was geen evident privaatrechtelijke belemmering die vergunningverlening in de weg stond. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.