ECLI:NL:RVS:2014:889
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde aan appellante een boete van €16.000 op wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten. Appellante betwistte de boete en voerde onder meer aan dat het bewijs onduidelijk en onbetrouwbaar was en dat matiging van de boete op zijn plaats was.
De Raad van State oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van de verklaringen van de eigenaar van het uitlenende bedrijf en de urenstaten als voldoende bewijs dat de vreemdelingen werkzaamheden hebben verricht. Het ontbreken van een verhoor van de vreemdelingen zelf leidt niet tot een ander oordeel. De Raad wijst het betoog dat het verhoor zonder tolk en zonder cautie plaatsvond af, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die de juistheid van het rapport in twijfel trekken.
Verder is vastgesteld dat appellante onvoldoende inspanningen heeft verricht om te controleren of de werkzaamheden in overeenstemming waren met de Wav. De omvang van de werkzaamheden was niet marginaal en de vreemdelingen hebben meer uren gewerkt dan toegestaan op grond van hun verblijfsvergunning. Er is geen reden om de boete te matigen, ook niet omdat appellante de overtreding niet opzettelijk heeft begaan.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning.