ECLI:NL:RVS:2014:967
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag wegens strijd met Awir
De Belastingdienst/Toeslagen had bij besluiten van 30 september 2011 de eerder toegekende kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 herzien en vastgesteld op nihil, waarna de reeds betaalde bedragen werden teruggevorderd. [Appellant] maakte bezwaar en stelde beroep in, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van 9 januari 2012 niet aangetekend was verzonden en dat [appellant] het besluit pas rond 1 maart 2012 had ontvangen, waardoor het beroep tijdig was ingediend.
Inhoudelijk stelde de Afdeling vast dat de Belastingdienst bij de definitieve vaststelling van de toeslag over 2008 en 2009 niet aannemelijk had gemaakt dat zij redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst of bewijs van betaling. Hierdoor was de herzieningsbevoegdheid op grond van artikel 21 Awir Pro niet meer toepasbaar. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 21 Awir Pro onder b, omdat [appellant] niet wist en ook niet behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend.
De Afdeling vernietigde het herzieningsbesluit en herstelde de oorspronkelijke vaststellingen van 6 februari 2010 en 2 mei 2011. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar de Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van [appellant].
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van de Belastingdienst wordt vernietigd en de oorspronkelijke vaststellingen van de kinderopvangtoeslag herleven.