ECLI:NL:RVS:2016:1361
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- R.J.J.M. Pans
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over salderingsbesluit veehouderij en stikstofdepositie
Bij besluit van 11 oktober 2011 reserveerde het college saldo uit de depositiebank voor een wijziging van een veehouderij aan een locatie te Hollandsche Rading. [Appellante] en anderen maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college niet tijdig werd behandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het college bij eerdere uitspraken in gebreke en gaf opdracht binnen twee weken een nieuw besluit te nemen, wat niet tijdig gebeurde.
Het college nam uiteindelijk op 27 mei 2014 een nieuw besluit, gevolgd door besluiten op 22 augustus 2014 en 14 november 2014, waarin het salderingsbesluit werd herroepen, ingetrokken en vervangen. [Appellante] en anderen voerden onder meer aan dat het college de redelijke termijn had overschreden en dat de beroepsmogelijkheid ten onrechte werd beperkt door het relativiteitsvereiste.
De Afdeling oordeelde dat het college het bezwaarschrift niet tijdig had behandeld en stelde de verbeurde dwangsom vast. Het beroep tegen de besluiten van 27 mei en 22 augustus 2014 werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang. Het beroep tegen het besluit van 14 november 2014 werd ongegrond verklaard. De Afdeling wees het relativiteitsvereiste niet af en kende een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het laatste salderingsbesluit is ongegrond verklaard, het college is veroordeeld tot betaling van een dwangsom, schadevergoeding en proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een besluit.