ECLI:NL:RVS:2016:1825
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzaamheid arbeidsinkomen in aanvraag machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris wees op 2 juni 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af vanwege het ontbreken van duurzaam arbeidsinkomen, gebaseerd op een uitzendovereenkomst geregistreerd in Suwinet. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van flexibele arbeid.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de staatssecretaris terecht mocht afgaan op de gegevens uit Suwinet, een betrouwbaar en besloten systeem voor gegevensuitwisseling over werk en inkomen. De vreemdeling slaagde er niet in met concrete, actuele en verifieerbare gegevens aan te tonen dat deze gegevens onjuist waren, ondanks het overleggen van arbeidsovereenkomsten, loonstroken en verklaringen.
Verder oordeelt de Afdeling dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het economisch welzijn van Nederland en het restrictieve toelatingsbeleid zwaar wegen, niet onredelijk is. Ook is geen sprake van schending van de hoorplicht. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.