ECLI:NL:RVS:2016:192
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Sevenster
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onterecht kwalificeren partij apparaten als afvalstof
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu legde appellante een last onder dwangsom op wegens vermeende illegale overbrenging van afvalstoffen, namelijk een partij elektronische apparaten naar Tanzania, zonder de vereiste kennisgeving en toestemming volgens de EVOA en de Wet milieubeheer.
Appellante betwistte dat de apparaten afvalstoffen zijn, stellende dat het gaat om reguliere marktproducten, deels geretourneerd onder garantie en deels voorraadrestanten, met een substantiële marktwaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de kwalificatie als afvalstof afhangt van het gedrag van de houder en het begrip 'zich ontdoen van' zoals uitgelegd in relevante arresten van het Hof van Justitie.
De Raad volgde appellante in haar standpunt dat het retourneren van apparaten onder garantie niet als ontdoen van afvalstoffen kan worden aangemerkt en dat de apparaten onderdeel zijn van een normaal distributieproces. Verder was het grootste deel van de partij niet defect en kon zonder bewerking worden gebruikt. De Afdeling concludeerde dat de partij geen afvalstof vormt en dat de staatssecretaris niet bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd en herroepen.