ECLI:NL:RVS:2016:2327
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- R.J.J.M. Pans
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning uitbreiding co-vergistingsinstallatie wegens procedurele en motiveringsgebreken
Het college van gedeputeerde staten verleende een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een co-vergistingsinstallatie op een perceel dat deels in Roosendaal en deels in Bergen op Zoom ligt. De rechtbank vernietigde deze vergunning omdat de vereiste verklaring van geen bedenkingen door de bevoegde gemeenteraad ontbrak en de motivering omtrent effecten op de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) onvoldoende was.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen van de raad van Bergen op Zoom had gevraagd, omdat het project in hoofdzaak in die gemeente wordt uitgevoerd. Tevens werd geoordeeld dat de motivering over ammoniakemissie en stikstofdepositie op het nabijgelegen Pottersbos, onderdeel van de EHS, ontoereikend was. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het bouwperceel niet werd vergroot, wat in strijd is met het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Verder oordeelde de Afdeling dat de toepassing van beste beschikbare technieken (BBT) niet correct was gemotiveerd, met name ten aanzien van de opslag van sterk geurige co-substraten. De BREF Afvalbehandeling was niet van toepassing op de installatie, maar de BREF Op- en overslag en BREF Intensieve veehouderij wel. De Afdeling bevestigde dat de vergunning onvoldoende waarborgt dat geurnormen worden nageleefd.
De hoger beroepen van het college van gedeputeerde staten, de stichtingen en [appellante sub 4] werden gegrond verklaard, het hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college van gedeputeerde staten werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden proceskostenvergoedingen toegewezen.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt vernietigd en het college van gedeputeerde staten dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.