ECLI:NL:RVS:2016:2549
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens conservatoir beslag
Appellant ontving op 20 april 2012 een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand in een strafzaak. Later stelde de raad vast dat het vermogen van appellant in het peiljaar 2010 boven de wettelijke grens lag, waarna zij op 8 april 2015 besloot de toevoeging met terugwerkende kracht in te trekken en het bedrag van €33.471,29 terug te vorderen. Appellant maakte bezwaar met het argument dat conservatoir beslag op zijn vermogen lag, waardoor hij niet over het vermogen kon beschikken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de raad niet verplicht was te onderzoeken of appellant feitelijk over het vermogen kon beschikken. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de raad dit onderzoek had moeten doen en dat het besluit van 15 juni 2015, waarin het bezwaar werd afgewezen, in strijd is met de zorgvuldigheids- en motiveringsplicht uit de Awb.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 juni 2015, herroept het besluit van 8 april 2015 en bepaalt dat er geen rechtsgrond bestaat voor terugvordering. Tevens veroordeelt zij de raad tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het conservatoir beslag op het vermogen van appellant was nog niet opgeheven, waardoor hij feitelijk niet over het vermogen kon beschikken en de terugvordering onterecht was.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de toevoeging wordt vernietigd omdat appellant door conservatoir beslag feitelijk niet over het vermogen beschikte.